Deze website functioneert optimaal als je instemt met het gebruik van tracking cookies. Als je hier toestemming voor geeft, kun je ook de YouTube-video’s bekijken die op deze website worden getoond.
Je leest hier meer over in onze cookieverklaring.

Nog beter voorbereid op natuurbranden met nieuwe voertuigen

Goede hulpverlening

We zijn nog beter voorbereid op natuurbranden. Eind 2016 zijn drie blusvoertuigen in gebruik genomen met vierwielaandrijving en waterkanonnen waarmee de brandweer rijdend kan blussen. In september hield de brandweer een grote oefening, samen met Staatsbosbeheer.

Brandweer Noord-Holland Noord hield in september met Staatsbosbeheer een grote natuurbrandoefening in het duingebied bij Schoorl. Aan de oefening deden tien voertuigen en zo’n zestig mensen mee.

Volgens het scenario was er brand aan de Frederiksweg, middenin het duingebied. Een passerende mountainbiker ontdekte de brand en belde de brandweer. Verkenningseenheden van zowel de brandweer als Staatsbosbeheer moesten de vuurhaard zo snel mogelijk lokaliseren, opdat de bemanningen van de blussende voertuigen konden starten met de bestrijding van het vuurfront.

Aan de oefening deden twee nieuwe voertuigen van de brandweer mee die vierwielaandrijving hebben en al rijdende kunnen blussen. Deze zogeheten combivoertuigen hebben een waterkanon aan de bumper die van binnen met een joystick te bedienen is. Ook kunnen ze vanaf het dak blussen. Op die manier kunnen ze effectiever en veiliger blussen in de duinen, waar het vuur zich snel kan verspreiden. De nieuwe voertuigen zijn normaal gestationeerd in Castricum en Callantsoog. Ook Texel heeft zo’n combivoertuig. Overige auto’s kwamen van de kazernes Bergen, Schoorl, Groet en Egmond.

Oefenleider Diny ter Harmsel noemt de oefening nuttig: “We hebben met de voertuigen afzonderlijk al geoefend, maar dit was voor het eerst dat we een grote inzet oefenden met de nieuwe combivoertuigen.” Boswachter Laurens Bonekamp: “Het is goed dat er zo wordt geoefend om maximaal voorbereid te zijn op eventuele toekomstige calamiteiten, waarvan we natuurlijk hopen dat ze niet zullen plaatsvinden.”